Tuesday, January 30, 2018

Koppig.


Ik ben een wandelend cliché. Ik ben onzeker, kwaad, onrustig en bang. Zoals op mijn vijftiende. Maar dan met een ouder hoofd. Leeftijd is maar een getal zei ik altijd. Maar mijn lijf wordt natuurlijk onverbiddelijk ouder. Mijn geest houdt dat niet bij. Mentaal ben ik nog niet bereid me over te geven aan nieuwe levensvragen of problemen. En dat maakt me in de ogen van anderen naïef. En in mijn eigen ogen kwetsbaar. Waarom wordt Jon nu niet realistischer en verstandiger?

Mijn hoofd was er nog helemaal niet mee bezig. Met ouder worden. Mijn geest is nog teveel gericht op de eerste fases met alle daarbij horende vraagstukken. Mijn eigen oude passies en voorkeuren. Die wil ik trouwens ook helemaal niet loslaten. Maar ik word steeds vaker met U aangesproken. Mijn leeftijdsgenoten houden zich tegenwoordig al voortdurend obsessief met hun gezondheid of met de gezondheid van anderen en dingen als elektrische fietsen. Ik hoor al te lang en te vaak belegen grappen. Humor als wapen tegen de niet te stoppen aftakeling?  "Ga er maar in mee want vechten heeft toch geen zin" is het advies. Dus hier is straks die vreemde enge pop voor je deur, hier hangen de grappige posters met opmerkingen over mosterd en wijsheid die met de jaren komt. Als je het allemaal niet grappig vindt ligt dat aan jou. En zo probeert je omgeving die acceptatie door je strot te duwen. Want anders is het niet gezellig voor de mensen om je heen. 

Ik ben geen “babyboomer” die klaar is om te genieten van haar pensioen of voortdurend over haar inkomen klaagt. Ik ben een adept van Generatie X en moet gewoon nog twintig jaar werken. En daar gaat de samenleving de fout in, niet ik. Want de verwarring zit niet bij mij. De samenleving kan gewoon niet kiezen. Ze verwacht immers een heleboel van mij. Dat ik mijn verworven ervaring en wijsheid blijf aanwenden voor het algemeen belang. Dat ik mijn steentje bijdraag aan het geheel. Dat ik straks liefst zo lang mogelijk gezond, zelfstandig en vooral productief en goedkoop blijf. Maar ook op tijd aan de kant stap om plaats te maken voor de generaties na mij. Want je wordt hoe dan ook uitgerangeerd. Werkgevers en trendwatchers mijden je als de pest als je niet jong, plooibaar en flexibel bent. Ik heb heus wel genoeg schijt aan alles om hier niet een podium voor mijn generatie te willen claimen om een klaagzang te houden. Ik ben geen slachtoffer. Maar ik ben ook nog niet klaar om onzichtbaar te worden. Ik vind het hoe dan ook een beetje angstaanjagend dat ik niet leef in een vriendelijkere cultuur waar alle mensen hun waarde hebben. Je bent hier jong en mooi of niets...

Het concept van fear of missing out is voor mij hoe dan ook echt. En het is iets anders dan de telefoonverslaving van een puber. Het is mijn irrationele maar wel degelijk echte angst voor die tweede helft en het rusteloze gevoel dat me al maanden tergt. Over dat ik niet mijn volledige potentieel heb gebruikt en dat de tijd om dat nog te doen nu ook voorzichtig aan het opraken is. Ik zie alle paden die ik niet heb bewandeld en ben opeens bang dat ik spijt krijg dat ik ze ben voorbij gelopen. Terwijl ik maar op één pad kon lopen, maar één vrouw ben....Ik heb daar nooit last van gehad. Waarom nu opeens wel? Die lat...heb ik die daar dan niet zelf neergelegd? Terwijl ik tegen degenen die na mij kwamen steeds heb gezegd dat je die lat nooit uit handen moet geven. Hier moet ik wel last hebben van hoe mijn omgeving dicteert wat de moeite waard is en wat niet.

En wie moet ik om raad vragen? Ik ben al verraden door de vrouwen om me heen die me voorgingen. Met hun misplaatste berusting en eeuwige zelfopoffering en hun eigen strakke ontkenning over het ouder worden. Het motto van die vreselijke generatie is dat je tenslotte ook nog voor je kleinkinderen kunt zorgen straks... alsof ik die keuze voor mijn kinderen maak. En als ik die vrouwen wat vroeg? "Nooit ergens last van gehad, niet klagen maar dragen". Aan hun wijsheid heb ik helemaal niets gehad. Hun misselijkmakende acceptatie van alles wat ze voor hun kiezen krijgen heb ik altijd veracht. Ik ben niet zo nobel. 

Ik ben ook niet zo spiritueel. Ik ben helemaal niet bereid om dit te vieren. Met al die andere blije vrouwen om me heen die alles zo lekker los kunnen laten met hulp van rituelen, meditatie, zelfhulpboeken en yogamatten. Die positief dansend afscheid nemen van hun laatste eisprong. Met hun mierzoete optimisme en dapperheid. Met hun ongevraagd advies, vermeende zelfkennis en keiharde oordeel over de rest. "Je sport niet genoeg, je rookt te veel, je gedraagt je niet naar je leeftijd...". Ik heb niets aan hun solidariteit, omdat ik er nooit echt iets aan heb gehad. Vrouwen onder elkaar vond ik altijd al lastig. Ik vecht (en meestal win) liever alleen tegen mijn eigen demonen. Ik ben misschien toch wel een eiland. 

En zo is het altijd geweest. Ik ben nog steeds in verzet over hoe de dingen gaan. Mijn naïeve, onuitputtelijke en (naar mijzelf toe helaas) compassieloze verzet. Ik weet niet wie ik wil zijn. Maar ik weet wie ik ben.


 

Sunday, January 28, 2018

Kwijt.

Ik ben onderweg naar een kleine kustplaats met iemand. We zitten op een rode leren bank achter in een bus. Vanaf een stijle heuvel rijden we naar beneden. Het is bijna midden op de dag en eb. De gekleurde vissersboten liggen op hun kant te wachten tot ze weer gaan drijven. We stappen uit en lopen langs rederijen en restaurants. De sfeer verandert opeens drastisch als ik moet lachen omdat mijn reisgenoot in een diepe plas water valt. En ik ben opeens alleen. Ik loop hem de rest van de dag ongerust te zoeken. Het schemert al. De lucht kleurt van geel naar oranje naar rood naar paars. Er staat een groep mensen onder een lantaarn. Ze staan in een kring om een beer, die bang en verstrikt in een net op de stoep ligt. Ik neem de beer mee. Mijn reisgenoot is echt boos op mij en ik zie hem gewoon niet meer terug. Ik wordt wakker en het eerste wat ik in de kamer zoek is, omdat ik denk dat hij er ook echt is, de beer...

Wednesday, November 22, 2017

Gewetensvraag...

Waarom ben je eigenlijk docent geworden? Omdat ik het kon, lesgeven... Het was nooit mijn doel. Ik rolde erin en het is niet het ergste werk dat ik me kan voorstellen. Meestal heb ik het wel naar mijn zin. Het contact met mijn leerlingen is doorgaans wel goed. Ik heb vrijwel alleen maar aardige collega's... 
Maar soms zitten er ook dagen tussen dat ik me ook afvraag waarom....Als leerlingen duidelijk geïrriteerd zijn omdat er iets (lees ik) geluid zit te maken terwijl zij hun berichten aan het lezen zijn of die belangrijke link aan het bekijken. Of hun make-up bijwerken, hun noedels laten afkoelen, afspraken moeten regelen...Op die momenten zou ik willen dat ik journalist was geworden.

Vandaag was er een leerling die zijn toets saboteerde. Hij had het naar eigen zeggen echt heel goed gemaakt. Alles goed geleerd. Hij kon alleen niet schrijven. Hij kon er niets aan doen. Het was nu eenmaal zo. Hij krulde wat met zijn pen op het papier, zoals kleuters dat doen, beweerde dat het woorden en zinnen waren, die hij dan weliswaar zelf ook niet meer kon lezen, maar hij wist zeker dat het de goede woorden en zinnen waren... Ik moest hem verdorie een voldoende geven omdat hij echt alles wist. Echt waar. Hij kon er ook niets aan doen dat ik een waardeloze docent was die gewoon niet kon lezen. 
Hij is 18. 
18. 

Thursday, September 21, 2017

Generatie X 2

Dit is niet bedoeld als zelfbeklag. Ik heb geen moeilijk leven. Ik denk hoogstens te veel na. 
Mijn hele leven lang heb ik te horen gekregen dat ik mijn best moest doen op school. Dat je door moest leren als je de kans kreeg. En bij de eerste ruzie die ik had toen dat enigzins gelukt was, kreeg ik het keiharde verwijt dat ik omhoog gevallen was. Maar ik was volgens mij helemaal niet veranderd. Mensen waren me kennelijk anders gaan zien en hun oordeel was helder. Jij hoort niet meer bij ons. Jij werkt nooit zo hard als wij. Wat weet jij over hoe hard ons bestaan is. Ga maar naar je nieuwe vrienden...
Terwijl ik bij een deel van die nieuwe omgeving de twijfelachtige eer genoot dat ik een echt arbeiderskind was. Mijn vader was geen officier van justitie of chirurg. Mijn vader was bouwvakker. Het hebben van ongeschoolde ouders maakte me tot een exotische vogel. Ik was een interessant sociaal experiment. Wat knap dat ik me zo uit mijn oude milieu had weten los te worstelen. Dat ik de verleiding van de bekende gebaande weg had weerstaan en niet was getrouwd met die keeper van het voetbalelftal van het buurdorp. Vreemde complimenten. Dat ik voor iemand met mijn achtergrond eigenlijk wel meeviel. Dat ik tot hun verbazing ook een boek van Mulisch had gelezen en wist wie Chagall was.

Als het niet zo treurig en bekrompen was had ik misschien kunnen lachen over al dit kunstmatige rudimentaire klassenbewustzijn.

Familiefeestjes zijn erg. Ik meng me al lang niet meer in de meeste discussies over migranten, levensopvattingen of vaderlandse sentimenten. Maar ook niet meer over zware beroepen. Iedereen op het feestje is dan opeens een havenarbeider en mag spottend neerkijken op mij omdat ik toevallig niet de hele dag met zware zakken loop te sjouwen.
En ik ben dan ook nog eens geen man. Ik ben genetisch al niet geschikt om zwaar fysiek werk te doen in de ogen van velen. Ik heb geen "zwaar beroep". Ik doe iets anders. Ik faciliteer onderwijs. Maar dat is nooit hetzelfde als "hard werken".
Ik heb ook van die mensen om me heen. Die denken dat je het alleen werk mag noemen als je er fysiek beschadigd door raakt. Als je niet het bloed op je handen hebt staan, moet je je mond houden. Een burn-out is aanstellerij. En mijn onbetaalde overuren zijn het gevolg van een zelfgekozen uit de hand gelopen hobby.
Zwaar werk. Zinvol werk. Nuttig werk. Wel of niet de moeite waard. Wel of niet belangrijk of nodig...In zo'n discussie zijn het toch altijd "anderen" die de lat voor je willen neerleggen waar je kennelijk overheen moet. Anderen die willen bepalen of je er genoeg toe doet. En wat je daarvoor betaald mag krijgen. En hoe je dat zelf moet valideren.

Ik ben niet zielig. Ik vind anderen ook niet zielig. We volgen allemaal ons pad.
Maar mag ik me wel een beetje alleen voelen? Stiekem, soms, als niemand het ziet? 
Of moet ik dat ook eerst voorleggen aan een jury?  

Sunday, September 03, 2017

Omdat....

...ik toen ik klein was altijd mijn 'goede kleren' aan moest, naar de kerk behoorde te gaan en daarna vaak mee op bezoek 'moest' bij mensen en (voor mijn gevoel) veel te lang in de auto moest zitten daarvoor. Omdat de meeste van mijn vrienden een paar jaar later nooit iets wilden gaan doen maar meestal bij de ouders van hun vriendje of vriendinnetje hand in hand op de bank zaten, in de hoop dat het niet opviel als ze later die avond 'even een stukje gingen wandelen'. Omdat alle mannelijke personen om je heen opeens iets met sport hadden op die dag en zelfs op de radio iemand constant iets zat te tetteren over 'foebal', wielrennen of binnenvliegende duiven... Omdat zelfs televisieprogramma's anders waren, stichtelijker, en je opeens midden op de dag 'warm' moest eten, het goede servies uit de kast werd gehaald en dat witte tafelkleed waarop je niet mocht knoeien in plaats van de placemats, met daarop in vijf talen 'eet smakelijk' of een lachende paprika...
Omdat veel dingen gewoon dicht waren in de oostelijke mijnstreek en bussen en treinen opeens andere rijtijden hadden waardoor je uren langer onderweg was naar je kamer in de stad waar je studeerde. De dagen waren zo langzaam, voorspelbaar, stil en vooral saai...oneindig, dodelijk saai. Dit had kennelijk zo'n impact op mij dat ik nog steeds elke zondagmorgen als ik wakker wordt meteen denk: ...kak... het is zondag.

Friday, May 12, 2017

Nieuwe drug.


Ik ben wel vaker ver weg geweest. Veel van die reizen waren bijzonder. Ik koester ze als cadeaus. Ik vond de landen mooi of interessant, de mensen die ik ontmoette lief en warm, de gebruiken voorbeeldwaardig. En als ik dan ergens was, zo'n cultuur waar echt alles anders is, waar ik de codes niet helemaal begrijp, dan was ik meestal vooral bezig met te proberen het allemaal te bevatten, of ik was gericht op degenen met wie ik rondreisde. Dat is één manier van reizen, en het was zeker niet vervelend. Je leert er eigenlijk altijd van. Ik word wel eens verliefd op een plek, altijd te snel en onverwacht, en wil er dan blijven, totdat de realiteit me inhaalt en het emigreren weer op mijn bucketlist komt te staan.
Ik reis ook graag alleen, dan hoor ik mezelf denken. Dat wist ik al van mezelf. Het is wellicht egoïstisch maar ik vind het best prettig als ik een tijdje nergens verantwoordelijk voor ben en nergens rekening mee hoef te houden. Ik eet als ik honger heb, ik ga ergens een uur zitten en om me heen kijken, alle plannen veranderen voortdurend en dat is prima. Geen klok die in de gaten gehouden moet worden, en als ik de weg kwijt raakt ga ik gewoon ergens anders naartoe. Als ik niet weet waar ik terechtkom maakt het ook niet uit waar ik naartoe ga. Naïef misschien, maar ik voel me nooit onveilig.

Deze keer was ik echt ver weg. Ik sprak de taal niet, begreep vrijwel niets van wat ik zag, kende de weg niet omdat ik zelfs het schrift niet kon plaatsen. Ik werd volledig teruggegooid op mezelf in de meeste situaties en het was goed. Ik kon alleen maar zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Ik kon het niet verpesten door te proberen er iets verstandigs over op te merken. Ik moest het hebben van wat ogen en handen kunnen zeggen. Ik kon helemaal opgaan in alles wat op mijn pad kwam. Ik geloof dat ik lang niet meer zo extreem op mijn instinct heb geleefd. En ik mis dat gevoel nu al zo erg dat het bijna pijn doet...

Thursday, March 16, 2017

Wake-up-call

Heldendom toedichten aan een partij die zetels inlevert laat wel zien hoe bang iedereen was.  Als je verliest win je niet echt toch? Niet alle strategische stemmen zijn bij de liberalen terechtgekomen. De populisten hebben geen landslide overwinning behaald. De gematigd linkse stem is all over the place terechtgekomen...
Grijs = PVV. Vooral in de periferie...
Blauw VVD. Rood SP. Lichtgroen GL. Donkergroen D66. Groen CDA.
Bron: Volkskrant.

In grote lijn is Nederland eigenlijk nog steeds hetzelfde redelijk onbestuurbare schip. Dat de populisten de tweede partij zijn voelt voor mij dan ook niet echt als een warm badje. Een voorbarige opluchting overheerst. Vier jaar meer van hetzelfde. Andere clowns, zelfde circus. Het op handen zijnde "kadootjeakabinet" (minder belasting, begroting op orde) mag stevig gaan puzzelen. Regeren van uit het midden. En ervoor zorgen dat het tij echt keert. Geen tijd om te slapen dus...

Saturday, February 11, 2017

Bloemlezing

Ik weet misschien zelf niet eens waar dit over gaat, maar ik ben al langer dan goed voor me is behoorlijk gefrustreerd en in de war. Niet alleen internet. Maar elke krant. Elke verjaardag. Elk gesprek in de bus. Er is gewoon geen ontkomen aan. De stand van zaken. De campagne voor de verkiezingen. Het is die taal. Stuitend. Bijtend. Vitriool...
"Verzet. Oorlog. Verraad. Terreur. Doe normaal! Pleur op! Jarenlange onderdrukking door de linkse elite. We bezwijken onder het juk van de politieke correctheid. Nep-rechters. Nep-regering. We moeten ons bevrijden!". De eenvoudige modus waarmee het vervolgens gedaan wordt. Herhaal. Herhaal. Herhaal. Want zoals het bij te vormen a-politieke-geesten betaamt, kun je iets alleen maar inslijpen als je het blijft inwrijven. Alles wat anderen vervolgens zeggen is gelogen. Alles wat ze zelf zeggen is daarentegen een alternatieve waarheid. Alsof zo'n woord (geniaal gevonden overigens, laten we wel wezen) altijd al bestaan heeft en niet net is verzonnen om elke kritiek te elimineren. "Hoho!" wordt er geroepen, "Je kunt best van mening verschillen in een nieuwe wereld-orde als deze, waar feiten ook maar een mening zijn!".  De rem is eraf. Iedereen stapt in de bus naar Lala-land waar alle eenhoorns regenbogen uitbraken en we laten de primaat die het hardst brult de boel van de weg af sturen. Elk land lijkt er tegenwoordig eentje te hebben. Een domme, laffe, inhalige, en altijd verongelijkte schoft (m/v). Maar zo iemand kan dus verkiezingen winnen. Het komt vaker voor de laatste tijd. En hoe lang slaapt hun zwakbegaafde electoraat al op die achterste bank? Zalig zijn immers de simpelen van geest. Je zou er bijna medelijden mee krijgen. Wanneer ze een beetje wakker worden, ze uit het raam kijken van de op hol geslagen bus, ze zich gapend uit rekken en in hun oogjes wrijven, om vervolgens te zien dat het nog steeds niet net als vroeger is, het nog steeds regent, waarop ze een beetje gaan pruilen en protesteren, omdat alles toch maar een neo-liberaal hol vat bleek te zijn, en de wereld nog precies hetzelfde is als de dag voordat ze hun gouden protest-stem hadden uitgebracht. "Hoe bedoelt u, hij/zij  heeft schijt aan ons? Maar hij/zij zei van niet!". 
Ik wil er af, van deze achterlijke dollemansrit het ravijn in. Zo'n rit waar inmiddels iedereen noodgedwongen in zit. Waar iedereen met zijn eigen motieven en ongevraagde adviezen aan degene naast zich ook die rit blijft uit zitten, de krant lezend, bedenkend wat er allemaal nog gedaan moet worden vandaag, want de kost moet verdiend en de rekeningen moeten betaald en het zal allemaal wel loslopen. En wellicht doet het dat ook. De situatie is dan wel te vergelijken met "toen", maar de groep die nu aangevallen wordt is mondiger (en beter bewapend) dan de groep die "de vorige keer" aan de beurt was. Maar of dat verschil genoeg is om het tij te keren moeten we afwachten. Bovendien wordt dit zelfde verzet, in welke verschijningsvorm dan ook, verwerpelijk of niet, als hoofdargument aangevoerd om alles dicht en op slot te gooien, de discussie over "de kip of het ei" voeren we later wel een keer. Of nooit.  
Ik was gisteren op een manifestatie in een niet nader te noemen stad, met mensen, al dan niet uitgenodigd, die zich wilden uitspreken over de toestand in de wereld. En ook al kan ik de inzet hier achter alleen maar waarderen, die komt absoluut uit een goed hart, het merendeel van het publiek dat er op af kwam gaf me toch het gevoel dat ik daar alleen stond. Ik zag vrienden, bekenden, mede-actievoerders van vroeger, geestverwanten. Maar ik voelde me er totaal niet op mijn gemak. Misschien ook wel omdat ik me, terwijl ik daar stond, realiseerde dat ik de laatste tijd eigenlijk helemaal niet meer weet waar ik me voor of tegen wil uitspreken. De rest van de mensen wist kennelijk wel precies wat ze daar deden. Iedereen had tenslotte een eigen agenda en reden om daar te zijn. Zoals het een verzameling individualisten betaamd. Ze waren daar om zich uit te spreken tegen haat, voor liefde, voor tolerantie, voor kalmte, voor verbinding, voor de dialoog. Tegen Trump, tegen Wilders, tegen homo-haat, tegen die ene Pegida-spreker die zich naar de microfoon had weten te wurmen op het open podium. Twee uur later had een groot deel van de honderd mensen die daar stonden ruzie met elkaar of was toch wel een beetje teleurgesteld in de sfeer van de middag. Toch niet zo gezellig en eensgezind als ze gehoopt hadden. Net zo verdeeld als de rest van de samenleving. Ik maak geen grapje.
Begrijp me niet verkeerd. Ooit was ik degene met de megafoon. Dit was ooit mijn natuurlijke habitat. Maar nu stond ik voor mijn gevoel toch echt aan de zijlijn me af te vragen wat ik daar deed. Het komt door mij zelf. Ik ben tenslotte degene die het niet meer weet. Ik weet wat ik er van denk. Maar niet wat ik moet voelen. Ik ben kennelijk veranderd. Maar wacht, nee, voordat u minzaam knikt en zucht: dit is geen onderzoek naar mijn kernwaardes, ik ben niet aan het evalueren, ik ben niet opeens beheerst geworden en in staat dingen met voortschrijdend inzicht te benaderen. Ik ben echt serieus gewoon de weg kwijt. En ik ben onredelijk. Ik heb namelijk ook even helemaal geen zin in rationele mensen. Met hun  bloemlezing van goede raad die volgt als ze merken dat je het allemaal niet meer trekt. Dat ik het los moet laten. Dat ik me niet moet laten opfokken. Dat ik niet kwaad en/of verdrietig mag zijn. Dat ik moet volhouden. Dat ik vast moe ben. Dat ik geduldig moet zijn. En dan wat strenger ook: Dat ik kennelijk van mijn overtuiging ben gevallen en me te veel terug trek. Dat ik te cynisch ben geworden. Dat ik nooit vanuit mijn gevoel mag redeneren.
Elke time-out is welkom op dit moment. Muziek, kunst... Vluchtgedrag. Ik merk dat ik vanzelf naar mensen toe trek die net zo in de war en onwennig zijn als ik zelf, of naar diegenen die in staat zijn me af te leiden en mij mee te nemen in hun eigen vlucht, zij het dan virtueel...
Ik moet nog een paar maanden wachten, maar dan ga ik zestien hele dagen naar een land waar ik geen fuck van begrijp, waar ik de taal niet spreek, waar ik het schrift niet eens kan lezen en waar ik dus echt helemaal afgesneden ben van mijn samenleving die op dit moment alleen maar uit mijnenvelden bestaat. Hopelijk kom ik kalmer terug... 
Ik weet dat dit wellicht in de ogen van de rationele gemeenschap om mij heen een erg onvolwassen reactie is. Dat het niet normaal is dat ik "opeens" zo veel last heb van steeds ditzelfde circus met dezelfde nummers, maar wel met elke dag nieuwe clowns. 
Maar als er nog iemand één keer tegen mij zegt dat ik "normaal moet doen, want dan doe ik al gek genoeg", knapt er vast iets in mijn hoofd. Maak u zich geen zorgen. Ik ga vast niet meteen slaan, al doe ik het in mijn hoofd wel een paar keer per dag. Ik ben dan wel geen pacifist, maar ook niet achterlijk...
Nonetheless; my conscience still keeps my demons in check, not the law.

Wednesday, December 28, 2016

Voor altijd 2.

Ik heb eerder mijn gedachten over dit onderwerp geprobeerd op een rijtje te zetten. Maar het was kennelijk niet voldoende want ik ben er nog steeds niet helemaal uit. Maar wel bijna. Dat ik het wil is duidelijk. Ik weet alleen nog niet 100% zeker wat ik wil, ik dacht dat ik dat wist, welke elementen erin moeten zitten, maar ik ben nu drie jaar verder en het is al weer veranderd, mijn tekening is al een jaar af, maar ook al weer drie keer aangepast, so much voor stelligheid, en vandaar ook mijn voortdurende twijfel.

Ik weet wat ik nu wil, voor 99%, maar wil ik dat over drie jaar nog? Ik weet nog niet definitief waar. Mijn arm, ja, maar boven of beneden en binnenkant of buitenkant?

Voor altijd. Het traject daarvoor mocht voor mij dus altijd best wat ingewikkeld zijn. Het is niets casuals. Ik laat iemand een kunstwerk in opdracht van mij maken. Het is voor mij nog steeds geen mode-artikel, ik zie het nog steeds als een statement. 
Het moet tijdloos zijn, je wisselt het niet even om als je het niet mooi meer vindt. Het is iets permanents, een modificatie van je lichaam. Laat het dan in ieder geval iets zijn waar je echt lang over nagedacht hebt, waar je tijd in moet investeren... 
Dat ik er al één heb (subtiel, simpel, niet meteen zichtbaar als je het niet weet) is gek genoeg toch een impulshandeling geweest. Ik had me altijd voorgenomen dat ik mijn impulsen toch op z'n minst op dat punt moest zien te controleren, maar als het op dat moment voelt als het juiste ding om te doen, denk ik kennelijk niet meer na. Na de vraag wat ik waar wil hebben was het nog maar een verrassend kleine stap naar het laten vastleggen van dat idee in inkt op mijn lichaam. Waarvan acte.

Wat me uiteindelijk het meest fascineert is eigenlijk helemaal niet het wat en waarom. Het is wat ik bedacht terwijl iemand bezig was iets op mijn huid te zetten, met naalden, en wat ik waarschijnlijk vanmiddag weer bedenk als ik daar weer zit om het bij te laten werken. Het is eigenlijk heel onlogisch dat je iemand, die je helemaal niet kent, je vertrouwen schenkt om iets te doen dat, wanneer het mis gaat, niet meer te fixen is. Je moet de controle volledig loslaten en blind het diepe in springen. Vertrouwen op de kunde en vaardigheden van een ander. Lastig als je altijd graag precies weet waar je aan toe bent. Het is te leren heb ik gemerkt.
Maar het echt bizarre, en uiteindelijk waar ik me nog het meest over verwonder, is vooral de overgave. Je geeft een wildvreemde toestemming om je serieus pijn te doen. Het is eigenlijk een heel persoonlijke daad, er gaat een vreemd soort intimiteit van uit. Na afloop loop je weg, het kan volledig anoniem zijn als je dat wil.
Dat laatste zou in mijn geval wel eens het gedeelte kunnen zijn dat verslavend werkt. Meer nog dan fysieke pijn of twijfel over mijn keuzes vrees ik doorgaans de macht die mensen over me kunnen hebben. Ik heb wel wat moed nodig om iemand welke vorm van controle dan ook over mij te geven. En hier geef ik hem gewoon weg. Hier geef ik iemand bewust en uit vrije wil de mogelijkheid om iets te doen waar ik totaal geen invloed op heb. Ik moet het gewoon ondergaan. Die handeling voelt krachtiger dan de meeste interactie die ik ooit ben aangegaan. Dat is pas wonderlijk.
 
 
http://esbmarion.blogspot.nl/2013/03/voor-altijd.html
http://esbmarion.blogspot.nl/2009/06/het-hele-firmament.html

Sunday, December 25, 2016

Wachten...

In vrijwel alle gevallen is wachten op iets zoveel beter dan het moment waarop het moment er is, je er bent of je het hebt...
Maar het wachten op al die dingen heeft in mijn geval wel altijd hetzelfde effect: ze worden voorafgegaan door een ongebreideld gevoel van verlangen. 
Pretentieloos wachten als gevoelstoestand is altijd goed en stelt nooit teleur. De aanloop ergens naar toe is veel interessanter.
Omdat je wacht op iets waar je nog geen waardeoordeel aan hebt verbonden. Ik vindt perrons waar treinen aankomen en vertrekken (of vliegvelden en havens) fijne plekken. Ik houdt van de geur van dingen die nog in een oven zitten. Toen ik klein was vond ik de ingepakte cadeautjes altijd mooier dan de handeling van het uitpakken zelf... 
Omdat de toestand van wachten zo open is. Omdat het nog niet in het verleden ligt. Zoveel ruimte, zoveel mogelijkheden, allemaal in dat wachten. Het is een vorm van zweven, waarin helemaal niets gebeurd. Luchtledig. Het kan een seconde duren, of liefst veel langer. En het is altijd puur. Er zou een mooiere naam voor moeten zijn.

Het is niet het "ver-wachten" waar ik zo blij van wordt. Verwachten is niet hetzelfde als wachten. Verwachtingspatronen, helemaal als ze nogal hooggespannen zijn, zijn over het algemeen een voorbode van teleurstelling. Dat is een druk die zich opbouwt, die alles op spanning zet, en waar vanaf het tijdstip 0 langzaam de lucht uit ontsnapt. Ik heb dat met vrijwel alle dagen die doordrenkt zijn van betekenis. Er zijn dus dingen waar ik op zich graag op wacht, maar alleen dankzij het "wacht-effect", ook als ik van te voren al weet dat wanneer het "eindelijk zover is" het hele gewone dingen of dagen zijn, die vooral vanuit ons collectieve denken iets moeten betekenen, maar waar ik met mijn gevoel gewoon niet zo goed bij kan. Verjaardagen, nationale feestdagen zoals kerstmis, verkiezingen of andere onafwendbare rampen die zich dreigen te voltrekken, een nieuw jaar... Ze veranderen altijd in slappe ballonnen met een piepklein gaatje. Je verwachtte er van alles van, toen je begon af te tellen, maar in plaats van het gevoel dat alles nog mogelijk is, blijf je onvermijdelijk zitten met het gevoel dat het net voorbij is.
Zelfs als een ramp die je denkt te zien aankomen uitblijft, heb je het gevoel dat je uiteindelijk iets wordt onthouden, het is bijna een teleurstelling, hoe verkeerd het ook is. Maar zelfs in die gevallen neemt het wachten erop bijna eufore proporties aan...

Van sommige dingen kun je trouwens ook na het wachten echt heel erg gelukkig worden, en soms weet je dat al van te voren zeker. Soms is de periode ervoor, het moment waarop het zich daadwerkelijk manifesteert en alles wat daarna komt volledig in balans. Zoals het ogenblik dat je voor het eerst of opnieuw in de ogen kijkt van iemand waar je echt met elke vezel in je lichaam op wachtte. Of wanneer je aankomt op een bestemming waarvan je uit ervaring weet dat je niet na geruime tijd het gevoel hebt dat je er wel weer aan toe bent om ergens anders naar toe te gaan... Dan is de rusteloosheid waaruit het wachten bestaat niet alleen een bijna koortsachtige hunkering maar uiteindelijk ook een daadwerkelijk vervulde belofte. 
Het is helemaal niet erg dat deze momenten zeldzaam zijn. Dat maakt ze perfect.